Software, zowel Open Source als Closed Source, valt onder het auteursrecht. Dat betekent dat de maker automatisch als enige het recht heeft de software te veranderen, te kopiëren of te verspreiden. In een licentie (gebruikersovereenkomst) kan de auteur bepaalde extra rechten of verplichtingen opleggen aan de koper/gebruiker. Bij closed source software krijgt de gebruiker per licentie meestal het recht om de software op slechts één computer te gebruiken, maar er kunnen ook extra restricties worden opgelegd, bijvoorbeeld een verbod om vergelijkingen (benchmarks) of beoordeling (reviews) te publiceren zonder toestemming van de auteur/leverancier of een verbod om de software door te verkopen. Proprietary licenties leggen dus extra verplichtingen op. De licentievoorwaarden van Open Source Software verlenen juist meestal extra rechten aan de gebruiker. Mochten de licentievoorwaarden toch onacceptabel blijken te zijn dan hoef je je er niet aan te houden, maar het auteursrecht blijft dan onverminderd geldig en je mag de software dan dus niet veranderen of verder verspreiden. In tegenstelling tot closed source software hoef je bij Open Source Software niet per gebruiker of computer een licentie te hebben, je kunt zoveel kopieën van de software maken als je nodig hebt, zonder extra kosten. Er hoeft dus ook geen licentieadministratie te worden bijgehouden.
Er zijn inmiddels ruim 60 verschillende Open Source Software licenties door het OSI erkend. Ze zijn allemaal net even anders en vaak voor specifieke situaties of bedrijven bedacht. Maar dat zelfde zie je ook bij closed source software, alleen worden die licenties nergens aan getoetst. Een lezenswaardig artikel over de voorwaarden in proprietary licenties is te vinden in de column Do you agree? van Jeroen Kruk op OSOSS.nl.
De bekendste en meest gebruikte Open Source Software licentie is de GPL (GNU General Public License), de belangrijkste kenmerken hiervan zijn dat iedereen de software mag gebruiken en veranderen maar dat de code niet ‘proprietary’ mag worden bij verspreiding en dat proprietary software de code niet mag gebruiken. GPL is o.a. van toepassing op Linux. Ook veel gebruikt en net iets vrijer is de LGPL (GNU Lesser (of Library) General Public License), hierbij mag proprietary software de code wel gebruiken. LGPL wordt vaak gebruikt voor softwarebibliotheken maar ook OpenOffice.org verschijnt onder een LGPL-licentie. Het meest open zijn de Apache, MIT en BSD licenties, hierbij moeten de auteurs genoemd worden en verder mag iedereen met de software doen wat hij of zij wil. De Apache webserver wordt uitgebracht onder een Apache-licentie. Al deze licenties staan commercieel gebruik en verkoop van de software toe.
GPL en LGPL worden copyleft licenties genoemd, hierbij moet iedereen die de software, met of zonder veranderingen, verspreidt, de vrijheid om de software verder aan te passen en te kopiëren, doorgeven.
Onlangs (januari 2008) is de EUPL (European Union Public Licence) verschenen in de 22 officiële talen van de Europese Unie. Deze licentie maakt het mogelijk de juridische interoperabiliteit te versterken door een gemeenschappelijk kader vast te stellen voor het samenbrengen van software uit de openbare sector. (Europese Commissie, 2008).